Bea
Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex
Waar kunnen mensen jou van kennen?
Ik denk nu vooral van Stichting Thuis in Oss. Onze oudste zoon Angelo is de oprichter daarvan. Hij woonde op het moment dat hij thuiskwam uit Griekenland nog bij ons. Daardoor zaten wij er natuurlijk bovenop. We hebben hem geholpen met alles wat mogelijk was. Inmiddels doen we nog steeds allerlei dingen. Ik verzorg een stukje financiële administratie en betaal de facturen. Met kerst hebben we de kerstman in de molen. Waar de kids een cadeautje krijgen en een buil snoep. En er word een foto gemaakt die we dan meteen uitprinten en meegeven. Ik zoek de kerstpakketten uit voor al de vrijwilligers en natuurlijk de Meet en Eat. De laatste keer waren er bijna tweehonderd mensen. En dan nog wat tussendoor dingen.
Mensen kunnen mij ook kennen van onze jongste zoon Joey. Hij heeft jaren bij Top in de jeugd gevoetbald en daarna heel lang in het eerste van Margriet. Hij is topscoorder aller tijde van het eerste elftal van Margriet. Ik denk dat iedereen hem kent bij Margriet. En mij daarom ook.
En van vroeger uit zullen mensen mij kennen als dochter van Hendrik van der Lee, de fietsenmaker uit de Maycrete-woningen. Hij was heel bekend in Oss. Om de drie maanden kwamen er met vrachtwagens een paar honderd fietsen vanaf het politiebureau uit Eindhoven. Die kocht hij daar op en werden dan bij ons thuis opgeknapt en verkocht. Als deze fietsen binnen gebracht werden stonden er al veel mensen te kijken of er niet iets voor hen bij zat. Ook heel veel politieagenten die kwamen kijken voor hun kinderen die in grote steden studeerden en meestal de oudere fietsen opkochten. Er hing dan een briefje aan dat die fiets al verkocht was, voordat hij bij ons thuis op de plaats kwam. Er kwamen heel veel mensen om fietsen te kopen of te laten repareren. Maar niet alleen daarvoor, ook voor de gezelligheid. Mensen die vaker kwamen, pakten in de bijkeuken gewoon zelf een flesje bier en brachten dat mee naar binnen. Een vriendin van mij heeft ook een hele tijd bij ons gewoond. Die vader ging weg. Haar moeder was al toen ze heel jong was gestorven. Haar vader kreeg na jaren een andere vrouw en dat liep niet helemaal goed. Ze moest een slaapplek hebben en er werd bij ons gewoon een stapelbed neergezet. Ze moest geholpen worden en dat werd gewoon gedaan. Dat heb ik denk ik wel van thuis meegekregen: die zoete inval.
Aan welke plek in Oss of omgeving heb jij mooie herinneringen?
De Maycrete-woningen. Daar ben ik geboren en daar heb ik heel veel mooie herinneringen. Mijn ouders waren daar bij mijn oma gaan wonen om haar te helpen. Nadat zij overleed, zijn ze daar blijven wonen. Het waren eigenlijk noodwoningen en er wordt al jaren gezegd dat ze afgebroken worden, maar ze blijven maar staan. Het waren hele leuke huisjes van binnen. Mijn vader had volgens mij de grootste tuin van allemaal, die liep helemaal door tot bijna aan de Katwijkstraat. We konden de watertoren bijna aanraken vanuit de achtertuin. Die watertoren hoort voor mij ook echt bij mijn jeugd, terwijl ik er gek genoeg nooit binnen ben geweest.
Maar vooral de mensen maakten die plek bijzonder. Er was bij ons altijd volk. Als kind vond ik dat trouwens niet altijd leuk, want als ik iets tegen mijn moeder wilde vertellen, dan kon dat nooit want er zat er altijd wel iemand aan tafel. Een vriendin van mijn moeder kwam íedere middag langs. Dan gingen ze boodschappen doen en daarna samen haken of breien. En ’s avonds werd er altijd gekaart. Het was gewoon een gezellig buurtje. Alle mensen die daar woonden werden ooms en tantes. Er woonde bijvoorbeeld ‘oom Harry’, Harry Bouman. Dat was helemaal geen echte oom, maar zo noemden wij hem gewoon. Het was voor mij een hele mooie jeugd. Dus die plek en die watertoren blijven voor mij echt Oss.
Welke mooie veranderingen heb jij gezien in Oss de laatste jaren?
Oss is heel veel veranderd. Als je iemand van vroeger hier nu neer zou zetten, zou die het bijna niet meer herkennen. Maar we hebben inmiddels een noodopvang. Wat ik mooi vind, is dat die door Stichting Thuis in Oss is ontstaan. Toen Angelo naar Lesbos ging, vond ik dat als moeder hartstikke spannend. Hij heeft diabetes en ik dacht alleen maar: ‘is daar eten voor iedereen, kan hij daar slapen, wat gebeurt er als iemand voor zijn kind zijn insuline nodig heeft en wegpakt?’ Hij wist zelf ook helemaal niet wat hij daar aan zou gaan treffen. Het was heel impulsief, zo van: ik ga daar naartoe en ik ga helpen. Voor die dingen heb ik best veel zorgen gehad. En dan moet je nu zien wat dat uiteindelijk gebracht heeft. Dat hadden wij toen natuurlijk nooit kunnen denken.
Het heeft mij zelf ook veranderd. Ik kijk anders naar mensen om me heen. We kregen bijvoorbeeld andere buitenlandse buren. Eerst zou ik gedacht hebben: o nee, God weet wat ze allemaal gaan doen. Door Angelo heb ik geleerd om niet meteen zo te reageren. Hij zei: “Moet je die mensen niet gewoon een appeltaartje gaan brengen?” Nou, ik ben een heel slechte kok, dus dat leek me geen goed idee. Maar hij had natuurlijk wel gelijk in wat hij ermee bedoelde: leer mensen eerst eens kennen. Daar dacht ik vroeger echt anders over.
Als jij een toverstafje had, wat zou je dan veranderen aan Oss?
Dan zou ik eigenlijk de mensen betoveren. Dat ze weer wat vriendelijker en geduldiger tegen elkaar zijn en meer respect hebben voor elkaar. En dan kom ik ook weer een beetje terug op de vluchtelingen. Leer die mensen eerst eens kennen voordat je er een mening over hebt. Zoek eens naar de overeenkomsten die je met die mensen hebt, want die zijn er heel veel. Mensen hebben al snel een plaatje in hun hoofd: vluchteling, gelukszoeker. Maar ze weten eigenlijk helemaal niet wie die mensen zijn. En het zit ook in kleine dingen, bijvoorbeeld in het verkeer. Heb eens wat geduld met een ander. Ik reed pas op de Singel en er liep een heel oud vrouwtje met een rollator. Ik ben zelf ook al oud, maar die was nog veel ouder. Mijn kleindochter Liv zat bij mij in de auto en ik stopte om haar rustig over te laten steken. Die mevrouw gaf mij een kushandje. Liv vroeg: “Ken jij die mevrouw?” Ik zei: “Nee, die ken ik niet.” “Waarom geeft ze jou dan een kushand?” Gewoon, omdat ze het denk ik fijn vond dat ik stopte. Dat is me de hele dag bijgebleven. Dat bedoel ik eigenlijk. Wees eens een beetje lief tegen elkaar. Een beetje aardig en geduldig.
Welke Ossenaar heeft jou ooit geïnspireerd?
Dat zijn er twee: Angelo en Joey, onze zoons. Ze hebben allebei zo’n doorzettingsvermogen. Dan denk ik weleens: ik weet echt niet waar dat vandaan komt. Misschien toch ook van mijn vader, en van hun vaders kant. Maar ik heb van allebei heel veel geleerd. Ik hoop zij van mij ook, maar ik vooral van hen. Angelo heeft mij geleerd om anders naar mensen te kijken en open te staan voor mensen die ik niet ken. En Joey heeft mij ontzettend veel doorzettingsvermogen laten zien.
Hij ging toen hij vijf was voetballen bij Top Oss. Alles liet hij daarvoor vallen. Toen hij daar rond zijn vijftiende wegging, was het best moeilijk, hij had al die tijd alles gegeven en gelaten voor Top. Uiteindelijk kwam hij bij Margriet terecht, waar hij al snel in het eerste speelde, vanaf die tijd ging het weer goed, hij kon weer voetballen. Als ik nu zie wat hij bereikt heeft, waar hij nu staat. Hij heeft een hartstikke goede baan, twee schatten van kinderen, Liv en Xem, en een lieve vrouw. Daar ben ik heel trots op. Dus ja, mijn zoons inspireren mij allebei.
Wat wil jij meegeven aan anderen in deze stad?
Wees een beetje lief voor elkaar. Wees aardig en geduldig en kijk eerst naar de mens voordat je een oordeel hebt. Leer mensen kennen en zoek naar de overeenkomsten in plaats van meteen naar de verschillen. Dat heb ik zelf ook moeten leren. Ik hoop ook dat mijn kinderen van mij hebben geleerd om vrij te zijn. Dat ze kunnen zeggen wat ze willen en kunnen zijn wie ze willen zijn. En dat ze openstaan voor andere mensen. Dat wil ik iedereen meegeven.
Wat is voor jou het ware thuis? Wanneer weet jij: ik ben hier thuis?
Mijn thuis is niet mijn huis. Mijn thuis is waar onze kinderen, kleinkinderen en mijn vrienden zijn. Dat is mijn thuis. Ik kan bijvoorbeeld ook thuis zijn in Amerika bij onze nicht Wilhelmien. Daar ben ik heel veel geweest en daar voel ik me ook altijd heel erg thuis. Als ik dan naar Angelo ging die daar toen woonde, kon ik tegen Wilhelmina zeggen: “Ik kom dadelijk naar huis.” Dan bedoelde ik haar huis, dat was ook mijn thuis. Dat komt door de mensen die daar zijn, door de meisjes daar, door de familie. Dus thuis is voor mij eigenlijk geen speciale plek. Het zijn de mensen waar ik me bij thuis voel.
Is Oss jouw Ware thuis?
Zolang mijn familie hier in Oss is, wel. Als zij weggaan, zou ik ook weggaan, waar ze ook naartoe gaan. Want mijn thuis zit niet vast aan Oss of aan mijn huis.
Mijn thuis is waar mijn familie is.
Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex
Het Ware Thuis
Wat maakt een plek tot thuis? Diezelfde vraag staat centraal in onze nieuwe theatervoorstelling Het Ware Thuis. Na sluitingstijd verandert Osse Cultuurmakers het hele Warenhuis in een theater voor een grootschalige locatievoorstelling die speciaal voor deze plek wordt gemaakt. Meer dan 75 professionele spelers en vrijetijdsspelers brengen samen met zang, live muziek, decor en licht het gebouw tot leven.
En jij zit niet in een theaterzaal. Je trekt zelf dwars door Het Warenhuis, over trappen en door gangen, tussen duizenden boeken en langs onverwachte plekken. Onderweg voert de voorstelling je langs verschillende generaties die hun thuis vonden op deze plek: van het kerkje dat hier ooit stond en de jaren van V&D tot Het Warenhuis van nu. Een voorstelling over familie, verandering, ergens bij horen en de vraag wat een plek tot thuis maakt.
Beleef Het Ware Thuis van 27 oktober t/m 8 november in Het Warenhuis.