Bernardine

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Waar kunnen mensen jou van kennen?
Vooral van de peuterspeelzaal denk ik. Ik heb eerst met pubers gewerkt, maar op een gegeven moment had ik genoeg van de pubers. Toen ik mijn eigen kinderen naar de speelzaal bracht, zei de leidster daar: “Ze zoeken hier nog een leidinggevende.” Ik ben gaan solliciteren, had één gesprek en was aangenomen. Inmiddels werk ik op de Sterrebos in Oss en ik vind het nog steeds heel leuk werk. 

Ik kom wel eens mensen tegen van een jaar of 25, 26 die zeggen: “Ik ken jou van de peuterspeelzaal.” Dan kijk ik ze aan en denk ik: ik ken jou helemaal niet meer. Maar zodra ze hun naam zeggen, weet ik het vaak weer.

Mensen kunnen mij ook kennen omdat ik heel veel in de stad ben. Mensen zeggen altijd: “Jij bent altijd in de stad.” Dan zeg ik: “Ja, dat komt omdat ik daar ook woon.” Ik woon midden in het centrum, dus dit is gewoon mijn buurtje. Ik woon sinds 2004 aan de Varkensmarkt en daarvoor woonde ik ook al in Oss. Ik ben hier ergens rond 1995 terechtgekomen. Mijn man Dolf en ik komen allebei uit Twente en kennen elkaar al sinds we pubers waren. Het is eigenlijk begonnen in de soos achter de kerk. Zijn vader was koster, Dolf was dj en ik stond achter de bar. We hadden daar een groep van ongeveer vijftien jongeren en organiseerden allerlei dingen. Later gingen we studeren en na mijn opleiding aan de Kopse Hof in Nijmegen kwam ik in België terecht, waar ik vier jaar met kinderen met complexe problematiek werkte. Na een aantal jaren zijn Dolf en ik samen een gezinshuis gestart in Rosmalen. Toen wij eigen kinderen kregen, zijn we daarmee gestopt. Ik wilde niet het onderscheid gaan maken tussen onze eigen kinderen en de kinderen in het gezinshuis. Via een vriend kwamen we uiteindelijk in Oss terecht. Hij zei: “In Oss hebben ze wel betaalbare huizen voor jullie.” En zo kregen we een huis in een stad die we helemaal niet kenden. 

Aan welke plek in Oss heb jij mooie herinneringen?
Aan het centrum. Hier zijn onze kinderen opgegroeid en hebben wij Oss heel goed leren kennen. Dit is voor mij echt de beste tijd geweest. De rest van mijn leven was ook leuk en goed, maar hier hebben we zoveel meegemaakt. Ik heb zoveel mensen in mijn huis gehad. Zoveel vrienden van onze kinderen, Jacob en Eva. Zij zaten op het TBL en namen  alles en iedereen mee naar huis. Dat kon bij ons thuis ook gewoon heel makkelijk. Eva had bijvoorbeeld de grote tafel in ons huis altijd helemaal vol zitten met mensen. Dan kwam ik terug van mijn werk op de peuterspeelzaal en zat het huis weer vol. Dan dacht ik soms wel: jongens, ik moet even… Maar het was ook gewoon een heel leuk stel en een aantal van hen zien we nog steeds. Dat hoort voor mij echt bij mijn herinneringen aan Oss: onze kinderen die hier opgroeiden en al die mensen die bij ons over de vloer kwamen. Ook onze straat aan de Varkensmarkt  zit vol herinneringen. De buurt, de drie musketiers, het contact met mensen en het leven midden in de stad.

Waar in Oss voel jij je thuis?
Hier. Echt op dit stukje, in de Varkensmarkt en in de Peperstraat. Wij woonden eerst op Ussen, en toen, wisten we eigenlijk al dat we daar niet zouden blijven. Er is helemaal niks mis met zo’n doorsnee buurt, maar wij wilden gewoon meer reuring om ons heen. Daarom zijn we uiteindelijk een huis gaan zoeken in de stad en zo kwamen we op de Varkensmarkt terecht. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen daar zou willen wonen. Het is echt een hele goede, fijne buurt. En dan loop je vanuit huis ook nog zo de Peperstraat in. Dat maakt dat je de deur uitloopt en in je omgeving eigenlijk alles hebt wat je graag wilt. Een kroeg, winkels, mensen die je kent. Als mensen vragen: “Zullen we even wat gaan drinken?”, dan zeg ik al snel: “Zullen we even naar de Peperstraat gaan?” En dan gaat iedereen wel mee. Ik heb hier mijn mensen. Op vrijdagavond zitten we bijvooorbeeld ergens, dan lopen er mensen uit de buurt langs en dan zeggen we: “Als je terugkomt, kom je dan even bij ons zitten?” En verdomme, dat lukt altijd. We zitten altijd met mensen rond de tafel. 

Als jij een toverstafje had, wat zou je dan veranderen aan Oss?
Ik zou willen dat mensen iets genuanceerder naar de dingen om hen heen kijken. Ik vind dat mensen hier soms zo negatief kunnen zijn en overal commentaar op hebben. Collega’s vragen bijvoorbeeld: “Waarom woon je toch in de stad, is dat niet druk?” Maar dat heb ik helemaal niet. Ik heb geen last van lawaai, ik heb geen last van de kermis. Nergens last van. Natuurlijk kan er af en toe veel lawaai zijn, maar toen wij in Brussel woonden, gingen de ambulance en de brandweerauto ook door onze straat. We wonen nu eenmaal met veel mensen op de aarde en dat zal nog wel even zo blijven. 

Ook rondom het Warenhuis hoorde je al die opmerkingen. Eerst over de bouw, daarna over wat erin zou komen. Dan hebben ze dit en dan hebben ze dat. Dan denk ik: jongens, laten we toch eerst eens kijken wat het wordt! En kijk wat het geworden is: hartstikke mooi. Supermooi. Dat vind ik echt een goed stadsgezicht. Dat hele stuk is zo opgeknapt dat ik bijna denk: ik ga mijn buurtje die kant op verschuiven. Dat gaat niet gebeuren, maar ik vind het prachtig. Ook het nieuwe theater kan straks echt een stadsgezicht worden. Dus als ik iets kon toveren, dan zou ik willen dat mensen wat genuanceerder kunnen kijken naar de dingen om hen heen. Want het ís wel mooi.

Welke mooie veranderingen heb jij gezien in Oss de laatste jaren?
De Peperstraat. Daarom heb ik ook deze plek uitgekozen voor het interview. Ik vind het echt prachtig wat hier gebeurd is. In het begin was het straatje helemaal niet zo gezellig. Er zat bijvoorbeeld een plek waar veel drugs gedeald werd. Wij gingen wel altijd al naar de groenteboer verderop, helaas is die weg. De meiden van Peppermint begonnen als eerste, de wijnhandel kwam erbij en er kwam steeds meer. En van daaruit is er steeds meer ontwikkeld en is het zo’n leuk straatje geworden. Dan denk ik: wat hebben we toch geluk. Ik kan hier gewoon de hele middag zitten. Ik weet nog dat wij hier zaten toen het net klaar was. Wij hadden twee lage stoelen en er hing een hele leuke sfeer, maar er was verder helemaal niemand. Binnen een half jaar zat het hier helemaal propvol. Dat vind ik mooi om te zien. Er wordt hier zoveel gedaan en ontwikkeld. 

Wat is iets dat mensen niet meteen aan jou zien, maar wel bij jou hoort?
Dat ik vrij creatief ben en daar vervolgens helemaal niks mee doe. Dolf zegt dan: “Jij kunt dat heel goed, waarom doe je dat niet?” En dan heb ik daar weer geen zin in. Mijn dochter komt dan met een boek vol mandala’s en zegt: “Ga nou maar kleuren, mam.” En wat mensen waarschijnlijk ook niet meteen aan mij zien, is dat ik kan zingen. Ik hou heel erg van zingen en ik zing ook heel veel, maar wel binnen. Niet buiten.

Ik heb wel een keer meegedaan met het koor van de Lievekamp en dat was leuk, maar ik ben echt geen groepsmens. Alleen als je in de kroeg zit, vind ik een groep heel leuk. Ik ben sowieso een enorme chaoot. Ik moet niet te veel mensen tegelijk om me heen hebben. Tegelijkertijd hou ik ontzettend van die spontane ontmoetingen. We hebben hier bijvoorbeeld ooit met de hele Spaanse familie van mijn schoondochter aan tafel gezeten. Half Spaans, half Nederlands. Dat vind ik zó gezellig. Ik hou daar heel erg van. We hebben regelmatig familie van mijn schoondochter over de vloer. Dan stuur ik ze de Peperstraat in, of laat ze een rondje door de omgeving maken, langs Ravenstein en Megen. En dan komen ze terug en zeggen ze hoe mooi het hier is. Dat vind ik dan weer prachtig. 

Welke Ossenaar heeft jou ooit geïnspireerd?
Dat vind ik heel moeilijk, want ik heb heel veel mensen van wie ik leer. Ik heb bijvoorbeeld heel veel geleerd van een buurman van mij. Hij woonde hier al heel lang, dus voor mij was hij eigenlijk gewoon een Ossenaar. Hij was homoseksueel, maar was getrouwd geweest met een vrouw en had dat een groot deel van zijn leven voor zich gehouden. Wij wisten dat ook niet. Hij kwam heel veel bij ons over de vloer. Op een gegeven moment kwam hij binnen en zei: “Ik kom even wat met jullie drinken.” Uiteindelijk heeft hij het verteld. Hij was zo’n slimme man. Hij werkte bij het doveninstituut, bij Kentalis, en had ontzettend veel levenswijsheid. Daar heb ik echt wat van geleerd. Wat mij vooral inspireerde, was dat iemand iets zo lang geheim kan houden en het dan, als hij bijna aan het einde van zijn leven is, toch nog durft te zeggen. Dat je dat durft en dat je dat doet. Daar gaat het voor mij ook over: durven. Daarnaast heb ik ook bewondering voor mensen die iets in de stad in beweging zetten. Roel Jordans bijvoorbeeld, met wat hij destijds in de Peperstraat heeft gedaan. Ik vind het echt prachtig hoe vanuit dat eerste café uiteindelijk dat hele straatje is ontwikkeld. Hij maakte het zo dat het soms voelde alsof ik in Berlijn zat. Dat heb ik hem ook een paar keer gezegd. Ik heb echt wel bewondering voor hem. 

Is Oss voor jou jouw ware thuis?
Op dat stukje Varkensmarkt en hier in de Peperstraat ben ik thuis. Zoals ik het zelf eigenlijk het beste kan zeggen: “Daar staat mijn bed en ik woon daar, maar hier woon ik ook een deel.” Ik heb in zoveel steden gewoond, maar hier het langst. Dat hecht ook het meest. Wij hebben hier onze kinderen grootgebracht, ons huis zat altijd vol met hun vrienden en we hebben hier zoveel mensen leren kennen. We hebben weleens gedacht: misschien gaan we naar Spanje. Onze zoon woont daar en we komen er graag. Maar aan de andere kant woont mijn dochter hier en dat verscheurt dan ook enorm. Dus ik vrees dat dat niet gaat gebeuren. Het thuis blijft hier. Ik ga nooit meer terug naar waar ik vandaan kom. En thuis is voor mij absoluut niet automatisch de plek waar mijn kinderen wonen. De één zit helemaal in het noorden van Nederland en de ander in het zuiden van Spanje. Ik denk dat wij hier gewoon blijven. Dus ja, Oss is mijn ware thuis, hier heb ik mijn plek gevonden.

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Het Ware Thuis

Wat maakt een plek tot thuis? Diezelfde vraag staat centraal in onze nieuwe theatervoorstelling Het Ware Thuis. Na sluitingstijd verandert Osse Cultuurmakers het hele Warenhuis in een theater voor een grootschalige locatievoorstelling die speciaal voor deze plek wordt gemaakt. Meer dan 75 professionele spelers en vrijetijdsspelers brengen samen met zang, live muziek, decor en licht het gebouw tot leven.

En jij zit niet in een theaterzaal. Je trekt zelf dwars door Het Warenhuis, over trappen en door gangen, tussen duizenden boeken en langs onverwachte plekken. Onderweg voert de voorstelling je langs verschillende generaties die hun thuis vonden op deze plek: van het kerkje dat hier ooit stond en de jaren van V&D tot Het Warenhuis van nu. Een voorstelling over familie, verandering, ergens bij horen en de vraag wat een plek tot thuis maakt.

Beleef Het Ware Thuis van 27 oktober t/m 8 november in Het Warenhuis.