Marie

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Waar kunnen mensen jou van kennen?
Van mijn werk. Ik ben op mijn veertiende, vijftiende van school gegaan en toen ben ik als leerling-tegelzetter begonnen. Ik heb drie, vier jaar voor een baas gewerkt en daarna ben ik voor mezelf begonnen. Ik ben nu 77 en ik heb het eigenlijk altijd gedaan. Ik heb overal gewerkt: in Nederland, Duitsland en België. Heel grote bouwprojecten ook, voor aannemers, maar ook wel bij particulieren thuis. Bij grote aannemers ben je natuurlijk meer gebonden. Als er iemand ziek is of er gebeurt iets, dan moet het werk toch af. Je hebt contracten en je moet op tijd klaar zijn. Ik vergeet nooit dat ik iemand geholpen heb die met een project in Arnhem zat. Dat was Van Oort uit Geffen. Hij had nog anderhalve week om het af te maken en als het niet af zou zijn, kostte dat toen twintigduizend gulden per dag. Toen ben ik een paar dagen met vier, vijf man van mezelf daar naartoe gegaan en hebben we die mensen helemaal uit de brand geholpen. Ik heb altijd geprobeerd mensen te helpen. Maar mensen kunnen mij ook overal wel van kennen. Ik maak een praatje met iedereen.

Waar in Oss voel jij je thuis?
In de Kortfoort.Wij wonen vanaf 1981 in ons huis in de Kortfoort en ik heb altijd gezegd dat ik hier niet weg wil. Mijn thuis is de zekerheid, de geborgenheid. Er wonen hier nog veel mensen die ik door de jaren heen heb leren kennen. Dat is fijn. Je kent de mensen en je kunt overal een praatje maken. Toen ik met de hond ging wandelen, was het altijd een praatje hier en een praatje daar. Dat was natuurlijk ook mijn uitlaatklep. 

Zie jij jezelf als een echte Ossenaar?
Jazeker. Ik ben geboren en getogen Ossenaar. Vroeger hadden families ook allemaal bijnamen. Wij ook. Ik was er een van ‘’t hundje’. Ik vond dat verschrikkelijk. Er was iemand die altijd over de Linkensweg fietste en als hij mij zag, riep hij: “Hondje, hondje.” Dat irriteerde mij zo. Op een dag wist ik ongeveer hoe laat hij weer langs zou komen. Ik stond achter het huis te kijken en zag hem aankomen fietsen. Ik liep naar voren en toen hij langs kwam, haalde ik uit en sloeg ik hem van zijn fiets af. Ik zei: “T hundje naar bed! En nu is het klaar!” Daarna heeft hij het nooit meer gedaan.

Aan welke plek in Oss heb jij mooie herinneringen?
Aan heel veel plekken. Bijvoorbeeld de Karrebar. Daar hebben wij elkaar leren kennen. Dat was eind jaren zestig, Sjan was toen vijftien. We zijn in 1974 getrouwd. Dat weet ik allemaal nog heel goed. Tegenover de Karrebar zat vroeger de FUT. Dat was een restaurant met van die trekautomaten, een soort friettent. Wij kwamen daar vanuit school altijd langs. We hadden op een gegeven moment uitgevogeld hoe je zo’n vakje open kon krijgen. Dan kon je er een kroketje of iets anders uithalen. Daar was ook Frans Gilles bij. Frans had het thuis niet gemakkelijk en ging dikwijls met ons mee. Dan gingen we een martini drinken, uit zo’n schuin glaasje. Op een gegeven moment was Frans zat geworden en moest hij naar huis. Hij was zo bang voor zijn ouwe heer dat hij langs de regenpijp omhoog is geklommen. 

Bij de FUT hadden wij ook ontdekt hoe we wat snoep konden pakken. Maar op een gegeven moment had de eigenaar dat blijkbaar door. Hij had een spiegel neergehangen, zodat hij vanuit de zaak kon zien of iemand iets wilde pakken. Wij wisten dat natuurlijk niet. Frans ging met zijn hoofd en zijn hand door het loket om snoep te pakken en toen was het raak, hahaha! 

Ik heb ook mooie herinneringen aan Mien Brans. Dat was het café op de hoek bij de Berghemsweg, tegenover de Visserskerk. Daar gingen wij iedere week een potje bier vatten en we hadden een biljartclub. Daar zat ook Jo Roelofs bij, bijgenaamd Jo de Koet. Waarom hij zo heette, weet ik niet. Dat was gewoon zijn bijnaam. Jo had een gezin met een heleboel kinderen en die man kon gruwelijk hard werken. Hij ging ook weleens met mij mee om te sjouwen en dan had hij weer een paar centen. Die mensen hadden het niet breed. Ik heb hem ooit een Opeltje gegeven, daar was hij zo blij mee. Toen kon hij met de kinderen ergens naartoe, want hij had helemaal niks. Dat vergeet ik nooit meer.

Bij Mien Brans hadden ze ook een hond. Als ze tapbier hadden, gooide ze dat in een schotel en zette ze het op de grond voor de hond. Dan liep die hond drie kwart zat rond!! Echt dat was een tijd! 

En ik heb natuurlijk die herinnering aan Megen aan de Maas. Dat was op 22 juni, op mijn verjaardag. Ik had visgerei gekregen en zou met twee kameraden, Tonnie en Kees, gaan vissen. Ik had een hele oude fiets bij me waar geen rem op zat. Wij zaten daar te vissen en op een gegeven moment besloten we een boot te pakken. Die boot was niet van ons, maar we dachten dat we verder van de kant misschien meer zouden vangen. In die boot zat een fuik en daar zat een paling in. Ik overdrijf niet: volgens mij was die een dikke meter lang! Ik had een behoorlijk groot leefnet bij me en we waren met die paling aan het worstelen om hem erin te krijgen. Dat hele leefnet zat vol, hahaha!  

Op een gegeven moment kwamen er mensen van de dijk af. Wij dachten: ‘nou, ze zullen ons wel moeten hebben’. Dus wij weg. Alles lieten we achter. Ik kon fietsen, jongen! Tonnie en Kees waren er ook tussenuit. Ik fietste over de dijk richting het oude zwembad van Oss. Daar hadden ze mij pas te pakken, zo hard had ik gefietst. Ik moest achterop een brommer met die agent mee. 

Tonnie en Kees hadden zich ondertussen in een hooimijt verstopt. Op een gegeven moment kwam die andere agent ook aan met mijn oude fiets. Hij reed ermee de dijk af, maar hij wist natuurlijk niet dat er geen rem op zat. Hahaha ik zie ‘m nog gaan: zo zonder remmen die dijk af! En ik hoor ‘m nog vloeken.  Later moest ons pap mijn fiets op het politiebureau in Berghem terughalen. En de volgende dag stond het in de krant: ‘drie jeugdige palingdieven gepakt.’ Kees, Toon en ik. Op mijn verjaardag, 22 juni. Nooit te vergeten. Ik was vijftien jaar oud. Dan moet je eens kijken. Dat is meer dan zestig jaar geleden.

Welke Ossenaar heeft jou ooit geïnspireerd?
Dokter Speet. Hij was huisarts. Als je daar binnenkwam met iets, dan luisterde hij en zei hij: “Doe dat nou zo.” Hij gaf wijze raad. En Piet Pijnenburg, van de schoenenzaak. Met die familie hebben we ook veel contact gehad. Zijn dochter kwam ook altijd bij ons. Piet leeft helaas niet meer, maar ik vond hem altijd een eerlijk mens. Eerlijkheid is voor mij heel belangrijk. En ik heb altijd geprobeerd mensen te helpen. Dat heb ik in mijn werk gedaan en ook daarbuiten. 

Is Oss voor jou jouw ware thuis?
Ja, dat is het. Ik heb het al gezegd: Ik ga Oss nooit uit. Nooit. 

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Het Ware Thuis

Wat maakt een plek tot thuis? Diezelfde vraag staat centraal in onze nieuwe theatervoorstelling Het Ware Thuis. Na sluitingstijd verandert Osse Cultuurmakers het hele Warenhuis in een theater voor een grootschalige locatievoorstelling die speciaal voor deze plek wordt gemaakt. Meer dan 75 professionele spelers en vrijetijdsspelers brengen samen met zang, live muziek, decor en licht het gebouw tot leven.

En jij zit niet in een theaterzaal. Je trekt zelf dwars door Het Warenhuis, over trappen en door gangen, tussen duizenden boeken en langs onverwachte plekken. Onderweg voert de voorstelling je langs verschillende generaties die hun thuis vonden op deze plek: van het kerkje dat hier ooit stond en de jaren van V&D tot Het Warenhuis van nu. Een voorstelling over familie, verandering, ergens bij horen en de vraag wat een plek tot thuis maakt.

Beleef Het Ware Thuis van 27 oktober t/m 8 november in Het Warenhuis.