Antoinette

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Waar kunnen mensen jou van kennen?
Van de bibliotheek. Als ik over een tijdje stop heb ik 47,5 jaar bij de bibliotheek gewerkt. Mensen, vooral oudere mensen, zeggen weleens: “Oh, jij werkt hier ook al lang hè?” En dan zei ik: “Ja, ik begon toen ik tien was.” Ik heb ook twaalf jaar in de mediatheek op het TBL gewerkt. Dat vond ik echt heel leuk. Vooral die combinatie. Want je werkt dan in de bibliotheek wat meer met ouderen en op het TBL met jongeren.

Het werk is nog steeds heel leuk. Je hebt je routine-dingen, maar elke dag is anders, want je werkt met mensen. En dat is leuk. Je maakt van alles mee. Van de week had ik bijvoorbeeld iemand die vertelde dat ze gereïncarneerd was. Eigenlijk kan ik er een boek over schrijven, over wat ik allemaal heb meegemaakt. En op zich zijn het bijna allemaal leuke dingen. We hebben ook minder leuke dingen meegemaakt in de bibliotheek. In de Koornstraat hadden we een tijd veel overlast. Op een avond zat ik daar met iemand anders en kwam er een jongen binnen. Eerst was hij vriendelijk en wilde hij zijn laptop achterlaten. Ik zei: “Nee, dat kan niet, dat doen wij niet.” Toen zei hij: “Nu heb ik het op de lieve manier gevraagd, nu de slechte.” Hij ging met zijn hand naar zijn zak en ik dacht echt: wat haalt hij eruit? Een mes of zo? Toen pakte hij een waterpistool. Ik was zó boos! Want ik wist niet wat hij uit zijn zak ging halen. Ik had eigenlijk aangifte moeten doen. Maar verder zijn het eigenlijk allemaal leuke dingen die je meemaakt. Gekke dingen en ook heel veel leuke dingen! 

Als jij een toverstafje had, wat zou je dan veranderen aan Oss?
Dan wist ik het wel! Meteen. Als ik een toverstafje had, zou ik meteen de oude gebouwen weer terugbrengen. Ik kan me die prachtige oude gebouwen nog goed herinneren. Als kind moest ik met ons mam naar de stad lopen. Mijn zusje zat lekker in de wandelwagen, maar ik moest gewoon lopen, want toen hadden ze nog niet zo’n treeplankje. Ik ging altijd uitrusten op het hoekje waar later een friettent en een sieradenwinkel hebben gezeten. Daar stond een heel mooi huis, het ‘huis van Van Loosbroek’, in de Hooghuisstraat. Op de trapjes kon ik uitrusten.

Welke mooie veranderingen heb jij gezien in Oss de laatste jaren?
Het Warenhuis is natuurlijk een aanwinst, om daar eens mee te beginnen. Zo’n Allora met die mooie gevel vind ik ook een mooie verandering. Dat soort dingen wel. Mensen zeggen weleens: “Ja, Oss, het centrum, mwah.” Maar daar wordt ook aan de weg getimmerd. En wat ik bij het Warenhuis mooi vind, is die mix van nieuw en oud. Wat ik ook heel mooi vind, is dat er eindelijk een tweedehandswinkel is: Retross. En natuurlijk mijn schoondochter Nena, die ook aan de weg timmert met haar tattoostudio. Ik vind het mooi dat jonge mensen hun nek uit durven te steken om iets nieuws te beginnen. Er mochten van mij wat meer aparte winkeltjes komen. Het is erg veel horeca. Maar aan de andere kant, dat is ook Oss.

Aan welke plek in Oss heb jij mooie herinneringen?
Aan de Rafaëlschool, in de Arendsvlucht. Nu zit daar De Wellen en om het hoekje ging ik naar de kleuterschool. Dat was een hele leuke schooltijd. Maar vooral in de omgeving rondom de Arendstraat en de Smalstraat heb ik veel herinneringen. Het heette het ‘Vierhuukske’ op z’n Ossies. Je kon een ijsje of friet halen bij de Platte Vos. Ik kan me dat niet helemaal goed meer herinneren, maar die naam weet ik nog wel. Mijn opa en oma woonden hier, in de Arendstraat. Zij hadden maar twee kleinkinderen: mijn zusje en ik. Ik was de oudste. Mijn oma was eigenlijk meer zo mijn moeder, weet je wel. Ik was helemaal gek op dieren. Ik ging altijd hondjes lokken en die nam ik dan mee. Maar die hondjes wilden natuurlijk op een gegeven moment weer naar huis. Honden liepen toen nog gewoon los. Ik weet nog dat er eentje onder de poort door kroop en vast kwam te zitten toen ik de poort opendeed!

En ik woonde in de Smalstraat. Aan de ene kant naast ons woonden toen echte hippies. Misschien komt daar mijn liefde voor muziek vandaan. Het waren de jaren zestig, zij waren een jaar of achttien, negentien en ik was zes of zo. Zij hadden lp’s van The Beatles en The Stones, daar gingen we plaatjes draaien, geweldig vond ik dat!  Aan de andere kant naast ons hadden ze heel veel beesten: marmotten, honden, maar ook een aap. Een chimpansee, midden in de Smalstraat! Die aap was eng hoor. Die klom soms over de schutting en pakte je speelgoed af. En eekhoorntjes in een kooi. Dat mocht toen allemaal.

Ik heb echt een hele leuke jeugd gehad. ’s Avonds buitenspelen tot de lantaarnpalen aangingen en dan moesten we naar binnen. Deze omgeving is gewoon heel leuk geweest. Mijn opa was ook een bijzonder figuur. Hij is ooit verhoord in verband met de Osse Bende. Hij zei: “Ik kende ze wel allemaal. Ik zat d’r niet bij, maar ik kende ze wel goed.” Mijn opa heeft een jaar in de gevangenis gezeten, maar daar mocht hij van mijn oma nooit iets over vertellen. Mijn oma kwam uit Harderwijk en had al een kind. Ze was zeventien of zo. Ze kwam hier in een logement wonen en ontmoette mijn opa. Mijn oma was protestant en twee geloven op één kussen, dat mocht toen niet. Maar mijn opa heeft haar kindje geadopteerd en later is mijn vader geboren. Mijn opa had lak aan wat mensen dachten. Hij ging voor iemand, weet je wel? Mijn opa en oma schopten eigenlijk tegen alle heilige huisjes aan die er waren.

Ik heb ook nog brieven van mijn oom uit Indonesië, uit de tijd van de politionele acties. Hij schreef bijvoorbeeld dat hij een aapje voor Tiny, mijn vader, mee zou brengen. Uit die brieven krijg je een heel mooi tijdsbeeld. Hij schreef ook: “Ik wil helemaal niet op die mensen schieten, ik wil gewoon een biertje met ze drinken.” Uiteindelijk is hij daar gesneuveld.

Wat hoop jij dat mensen zien als ze naar jou kijken?
Iemand die positief in het leven staat. Daar hoop ik op. Mijn zus Carla heeft een zoon met het syndroom van Down en hij zegt altijd gewoon waar het op staat. Hij zei ooit: “Antoinette is heel lief, maar wel een klein beetje gek.” Dat is prima. Ik ben ook niet echt een standaard moeder geweest. Ik hou van dansen en van festivals en ik ben uitgesproken in hoe ik eruitzie. Daar hebben mensen soms ook een mening over. Toen mijn kinderen op de lagere school zaten, zei ik altijd: “Als ze ooit met verhalen over mama komen, vraag het aan mij.” Wat er ook gebeurt: je moet ergens voor staan. Dat heb ik mijn kinderen ook bijgebracht. En ook: “Kijk om naar elkaar. ongeacht hoe je eruitziet.” Iedereen heeft een rugzakje, weet je wel. Dat zie je niet. En dat hoeft ook niet. Dat is alleen voor de mensen die dichtbij je staan.

Welke Ossenaar heeft jou ooit geïnspireerd?
Ine van Rongen. Zij was balletjuf en ik vond haar echt een geweldig mens. Ze heeft altijd lesgegeven in de Molenstraat. Als zij een klasje had, had je het gevoel dat zij jóu zag. Gewoon heel persoonlijk. En juffrouw Snethorst ook. Zij was van de Rafaëlschool. Zij liep ’s morgens naar school met aan beide kanten een hele sliert meiden. Ze zag er een beetje uit zoals die meisjes in Japan met kniekousjes en staartjes. Als je mensen over haar hoort, hebben ze allemaal mooie herinneringen. Want zij deed eigenlijk hetzelfde: ze zag je. Ze was heel geliefd. Toen zij vrij jong stierf, ging iedereen naar haar toe in het ziekenhuis. Iedereen.

Is Oss jouw ware thuis?
Ja, Oss is wel mijn ware thuis. Ik vind hier eigenlijk alles wat ik nodig heb. Maar thuis zijn zit in meerdere dingen. Als ik de sleutel in het slot steek van mijn huis, dat is echt mijn plek. Ik hou van mijn huis, maar ik hou ook van thuis  zijn. Het moment van even alleen zijn, dat is voor mij een gevoel van thuiskomen. Even mijn eigen ruimte, dat niemand me ziet en dat ik niks hoef te zeggen. Mijn spulletjes. En vooral ook een boek. 

Ik woon nu met heel veel plezier in de Ruwaard. Ik heb eigenlijk overal gezeten, heb ook in Oss-Zuid een huis gehad, dat was ook een fijn plekje. Maar in de Ruwaard ben ik nog meer op mijn plek. Je hebt er een prachtig park, met de kinderboerderij en heel veel groen.

Maar als je mijn huis zou oppakken en in Amsterdam zou neerzetten, zou ik me daar ook thuis kunnen voelen. Stel dat ik een relatie had en die zou zeggen: “we gaan nu naar Indonesië”, dan zou ik ook ja kunnen zeggen. En als je een goede verbinding met iemand hebt, kan dat ook thuis zijn. Je moet ook thuis kunnen komen bij een persoon. En je neemt jezelf altijd mee.

Dus, ik hoef niet weg uit Oss, maar het kán wel.

Fotograaf: Joep van Uden
Concept: Marjolein Buijs en Mathiske Roex
Project & Tekst: Mathiske Roex

Het Ware Thuis

Wat maakt een plek tot thuis? Diezelfde vraag staat centraal in onze nieuwe theatervoorstelling Het Ware Thuis. Na sluitingstijd verandert Osse Cultuurmakers het hele Warenhuis in een theater voor een grootschalige locatievoorstelling die speciaal voor deze plek wordt gemaakt. Meer dan 75 professionele spelers en vrijetijdsspelers brengen samen met zang, live muziek, decor en licht het gebouw tot leven.

En jij zit niet in een theaterzaal. Je trekt zelf dwars door Het Warenhuis, over trappen en door gangen, tussen duizenden boeken en langs onverwachte plekken. Onderweg voert de voorstelling je langs verschillende generaties die hun thuis vonden op deze plek: van het kerkje dat hier ooit stond en de jaren van V&D tot Het Warenhuis van nu. Een voorstelling over familie, verandering, ergens bij horen en de vraag wat een plek tot thuis maakt.

Beleef Het Ware Thuis van 27 oktober t/m 8 november in Het Warenhuis.